Internationaal diabetesadvies onder de loep

6 mei 2015 | Bron: Medisch Contact

De Europese (EASD) en Amerikaanse (ADA) diabetesassociaties stelden in 2012 voor het eerst een gezamenlijke position statement op over de aanpak van hyperglykemie bij type 2 diabetes. Ze publiceerden deze in hun eigen huisbladen: Diabetologia en Diabetes Care. In 2015 verscheen een update van het document. Daarin staan veel adviezen waar niemand zich over zal verbazen. Zoals het aanpassen van de behandeldoelen aan het individu: bij een jonge, gemotiveerde patiënt is een lager HbA1c het doel dan bij een oudere met veel comorbiditeit.

Eenmaal aangekomen bij de aanbevelingen voor medicamenteuze behandeling, verandert de zaak. Na de stap ‘alleen metformine’, volgt in de NHG-Standaard het toevoegen van een SU-derivaat. Voor de nieuwere middelen is slechts bij uitzondering een plaats. Guy Rutten, hoogleraar eerstelijnsdiabetologie: ‘Daarvan staat de effectiviteit en veiligheid op lange termijn niet vast; vandaar dat ze alleen voor uitzonderingsgevallen gereserveerd kunnen blijven.’ In het position statement staat het toevoegen van een SU-derivaat echter gelijk aan andere opties: toevoegen van een thiazolidinedion, een DPP-4-remmer, GLP-1-agonist of insuline. In de update van 2015 is daar de nieuwste loot aan de tak tussen gezet: de SGLT2-remmer. De stap daarna is het toevoegen van nog een middel. Hoe zit dat?

Rutten: ‘Een NHG-Standaard is een duidelijk omschreven algoritme, waarin de stappen staan die je moet nemen. Zo moet je zo’n statement niet zien.’ Henk Bilo, hoogleraar interne geneeskunde, werkte in de commentaarfase mee aan het position statement: ‘Het is geen richtlijn, het geeft een overzicht van welke middelen er zijn, wat de voor- en nadelen zijn, welke je wel, en welke niet kunt combineren. Zeker voor internisten is dat handig. De NHG-Standaard is een prima standaard, een goede basis voor het handelen bij het merendeel van de patiënten met type 2 diabetes mellitus, maar wij zien een andere categorie mensen, namelijk die 10-20 procent waarvan de huisartsen de zorg overdragen. Wij schrijven doorgaans prudent voor, maar zullen toch vaker dan de gemiddelde huisarts naar de andere middelen uitwijken.’ Rutten: ‘Voor de internisten zal dit overzicht wel van invloed zijn, ik denk niet dat het vrijblijvend is. Voor huisartsen zijn ze niet zo van belang.’

Lees verder

Lees verder op: Medisch Contact